De oorsprong van de mandala

Mandala – rode yantra

Mandala – rode yantra

India

De mandala komt van oorsprong uit India. In de religieuze uitingen van het Hindoeïsme en later het Boeddhisme ligt de basis van de mandala. Het woord mandala komt uit het Sanskriet, een oude Indiase taal met als betekenis heilige cirkel. De cirkel is de oervorm van de meeste Hindoeïstische en Boeddhistische mandala’s, een vierkant met vier openingen (poorten) naar de vier windrichtingen (yantra), waarin zich een cirkel bevindt met een punt in het midden. Dit zien we ook terug in de vorm van het levenswiel, het rad van geboorte en wedergeboorte.

In het westen hebben we dit woord letterlijk overgenomen en gebruiken we het voor tekeningen gebaseerd op cirkelvormige motieven, zowel in religieuze uitingen als voor “gewone” cirkelvormige tekeningen.

Het Hindoeïsme kent veel mandala’s die gebaseerd zijn op de yantravorm. Het tekenen hiervan is gebonden aan strenge regels, zowel ten aanzien van de vormen als van het kleurgebruik. Westerse yantra’s, waarvan alleen de grondvorm is bepaald, geven ruimte aan de creativiteit van de maker.

Mandala – rozet plafondschildering in een Indiase tempel in Singapore

Mandala – rozet plafondschildering in een Indiase tempel in Singapore

In Hindoeïstische teksten van meer dan 2000 jaar geleden worden de zeven belangrijkste centra van menselijke energie, de chakra’s, al beschreven. Het woord chakra betekent letterlijk “draaiend wiel” In de tekeningen is het alsof de chakra’s werkelijk draaien. De Hindoeïstische traditie schrijft voor dat ieder chakra gevormd wordt door een bepaald aantal lotusbladeren en een eigen kleur voor ieder chakra. Plafonds van tempels zijn vaak met deze “chakratekeningen” beschilderd.

Schitterende mandala’s (thangka’s) werden en worden door Tibetanen gemaakt, meestal geschilderd op doek. Deze schilderingen laten ons een veelkleurige goden- en priesterwereld zien.